Voeding



Voeding

​In onderstaand bericht kan u meer informatie terug vinden over een voeding bij volwassen honden.


Obesitas is een van de meest voorkomende aandoeningen bij volwassen honden. Daarom is het belangrijk om al vanaf jonge leeftijd voor een kwaliteitsvol voer te kiezen. De overschakeling van puppyvoer naar voer voor volwassen honden is deels afhankelijk van het ras. Kleine rassen kunnen al als volwassen beschouwd worden op een leeftijd van 10 maanden, terwijl grote- en reuzenrassen pas volgroeid zijn op een leeftijd van 1 tot 1,5 jaar. Indien u uw hond laat steriliseren of castreren, raden wij aan om hierna meteen over te schakelen naar volwassen voeding.

De hoeveelheid voeding die dient te worden gegeven, is afhankelijk van:  

  • de kwaliteit van de voeding; 
  • de hoeveelheid beweging die het dier krijgt; 
  • de castratie-status 
  • en het metabolisme. 

 

Wij werken samen met Hill’s Pet Nutrition. Hierdoor kunnen we een breed gamma aan kwaliteitsvol voer aanbieden. U kan altijd meer informatie vragen aan onze assistenten over welke voeding het best bij uw dier past.  

Wanneer u van voeding verandert, is het belangrijk om dit niet te abrupt te doen. De overschakeling gebeurt best over een periode van 7 dagen met het volgend schema:  

Foto Hill's Pet Nutrition
 

StellingWaar  Niet Waar 
1. Rauw vlees is gezonder dan brokken. 

 

             

         X
2. Voeding zonder granen is per definitie gezonder 
voor mijn hond.
          X
3. Brokken zijn gezonder dan blikvoeding.        X          X 
4. Als een puppy snel groeit, moet ik sneller overschakelen 
naar volwassen voer. 
          X
5. Mijn hond of kat mag hetzelfde eten als ik.          X
6. Van castratie wordt mijn teef of reu mogelijk dikker.         X 

 

Uitleg stellingen: 

1. “Rauw vlees is gezonder dan brokken.”
De laatste jaren is de rauwe vleesvoeding voor honden bijzonder populair. Rauwe vleesvoeding heeft in sommige kringen de reputatie om gezonder te zijn dan brokken. Dit is echter niet geheel waar. Er is tot nu toe nog geen wetenschappelijk bewijs dat rauwe vleesvoeding gezonder zou zijn dan commercieel verkrijgbare complete blik- of droogvoeding. Uit onderzoek blijkt wel dat rauwe vleesvoeding zelden tot nooit een compleet palet aan voedingsstoffen biedt. Bovendien wees onderzoek ook uit dat rauw vleesvoeding frequent schadelijke bacteriën en parasieten bevat. 

Een gezonde diervoeding bestaat uit hoogwaardige en veilige ingrediënten in de juiste balans, waardoor het dier de correcte hoeveelheden macro- en micronutriënten binnenkrijgt. Bovenal is het dus belangrijk om voor een kwalitatieve voeding te kiezen, meer dan te kiezen tussen rauwe voeding of brokken. Gezien de hype in rauwe voeding, zijn er veel producenten op de mark gekomen die van de toegenomen vraag profiteren om onvolwaardige rauwe diervoeders aan te bieden. Dit kan leiden een tekort of overschot aan bepaalde voedingsstoffen, wat een belangrijk invloed heeft op de gezondheid van uw dier.  

Indien u toch wenst om uw dier rauwe voeding te geven, raden wij u ten zeerste aan om een goede hygiëne te handhaven. Gezien het vlees onverhit is, is er een zeker risico dat de voeding gevaarlijke bacteriën of parasieten bevat. Dit hoeft voor uw dier niet zo’n groot risico te zijn, maar mensen zijn wel zeer vatbaar voor deze ziektekiemen. Was steeds goed uw handen nadat u het voer heeft aangeraakt en was zeker ook de eetbak van uw hond na elke maaltijd onmiddellijk goed uit. Zwangere vrouwen, mensen met en verzwakte immuniteit en kinderen mijden best alle contact met het rauwe voer. Laat een dier dat rauw voer eet, ook zeker niet aan uw handen of gezicht lekken. Een uw hond die rauw vlees eet, zou bovendien minstens elke 3 maand ontwormd moeten worden, gezien rauwe vleesvoeding een bron van parasieten kan zijn.  

Desalniettemin te min melden eigenaars ons soms dat hun huisdier niet goed gedijt op brokken. Als u op zoek bent naar een geschikte voeding voor uw hond of ondervindt u problemen met de vertering of eetlust van uw hond, bespreek dit zeker eens met een van onze dierenartsen of assistenten. 
 

2. “Voeding zonder granen is per definitie gezonder voor mijn hond.”
De trend van graanvrije voedingen is al even op gang. Eigenaars proberen hun dier het beste van het beste te geven en stuiten daarbij soms op informatie die niet geheel correct is. De idee-fixe dat honden beter gedijen op graanvrije voeding is daar één van. Sinds de trend van graanvrije voeding, zien we in de diergeneeskunde ook een toename van honden met de hartaandoeding ‘dilatorische cardiomyopathie (DCM)’. We zien dat honden die graanvrije voeding te eten krijgen, in het bijzonder als deze granen vervangen zijn door aardappelen en peulvruchten, een tekort ontwikkelen aan taurine. Taurine is een aminozuur dat onder andere dient als bouwstof voor de hartspier. Als honden hiervan te weinig kunnen aanmaken, omdat ze de essentiële voedingsstoffen methionine en cystine missen, gaat de hartspier hieronder lijden. Uiteindelijk kan dit leiden tot hartfalen. 

In principe zijn granen helemaal niet ongezond voor honden. Men haalt soms aan dat wolven ook geen granen eten, maar net zomin eten ze aardappelen of peulvruchten. Heeft u het idee dat uw hond moeilijk granen kan verdragen of blijkt uw hond allergisch te zijn aan gluten, dan kan het zeker zo zijn dat we best bepaalde granen gaan mijden. Meestal gaat het hier om tarwegluten. In dat geval mijdt u dan ook best voedingen die tarwe bevatten. Andere granen zoals bijvoorbeeld rijst, gerst, haver en rogge, vormen dan meestal geen probleem. Als u op zoek bent naar een geschikte voeding voor uw hond of ondervindt u problemen met de vertering of eetlust van uw hond, bespreek dit zeker eens met een van onze dierenartsen of assistenten.
 

3. “Brokken zijn gezonder dan blikvoeding.”
Sorry! Dit was een lelijke strikvraag. Brokken en blikvoeding hebben elk op zich hun voor- en nadelen. Zoals altijd is het bovenal belangrijk om een evenwichtige, kwalitatieve voeding te geven, op maat van uw huisdier.  
Het belangrijkste verschil tussen blikvoeding en korrelvoeding is het waterpercentage. Dit lijkt maar weinig significant, maar het heeft wel enkele grote gevolgen: 

  • Korrelvoeding is praktischer. De houdbaarheid van droge voeding is aanzienlijk langer na het openen van de verpakking en het moet niet koel worden bewaard. Het ruikt ook minder sterk voor onze mensenneuzen en is gemakkelijker in een voederbak te schudden. Bovendien neemt het een pak minder plaats in, in uw voorraadkast en is het gemakkelijk mee te nemen op verplaatsing. 
     
  •  Korrelvoeding is over het algemeen beter voor het gebit van uw hond. Echter, hier moet wel een kanttekening bij worden geplaatst. Hoewel het niet kan worden weerlegt dat blikvoeding werkelijk geen enkele meerwaarde biedt voor de tanden van uw huisdier, zal ook niet elke brok zo veel baat hebben. Een brok zal maar invloed hebben op de tandhygiëne van uw huisdier als de hardheid, grootte en vorm hiernaar gemaakt is. De hondenbrok van het Hill’s Vet Essentials Dental Health gamma is bijvoorbeeld zo een specifiek ontworpen brok. Onderstaand filmpje demonstreert hoe dit precies in zijn werk gaat. 

 

 

  • Blikvoeding bevat meer water. Dit is voor sommige dieren een heel belangrijk voordeel. Dieren die een aanleg hebben tot blaasontstekingen, blaasverstoppingen of de vorming van urinestenen, moeten ter preventie veel water tot zich nemen. Maar een hond of kat meer laten drinken, is niet de gemakkelijkste opdracht die u ooit van uw dierenarts zal krijgen. Het extra water in de voeding levert dan alvast een hele grote voorsprong op in de behandeling van uw dier.  
     
  • Als uw dier overgewicht heeft, kan blikvoeding een extra troef zijn. Het is een fabeltje dat honden en katten dik worden van blikvoeding. Door het hogere percentage water in dit voer, mogen dieren een veel groter volume aan blikvoeding eten, in vergelijking met korrelvoeding, vooraleer ze aan dezelfde hoeveelheid ingenomen calorieën komen. Echter, het fabeltje is met een reden ontstaan. Net zoals bij brokvoeding is het bij blikvoeding enorm belangrijk om voor een kwalitatief merk te kiezen. Minderwaardige blikvoeding, meestal te verkrijgen in grootwarenhuizen of kruidenierszaken, bevatten over het algemeen vrij veel vet en zouten, om de smakelijkheid te verhogen. De producenten van deze voeding zijn niet dom: hoe smakelijker hun voeding, hoe meer u ervan zal kopen om Max en Kitty te verwennen. Om de gezondheid van uw lieverds, geven ze jammer genoeg net iets minder. Van een correcte hoeveelheid kwalitatieve blikvoeding, zal uw hond of kat dus niet dik worden. 
     
  • Blikvoeding wordt vaak als smakelijker ervaren. Komt door de sterkere geur, door de zachte textuur of omdat veel dieren het exclusieve er wel van kunnen appreciëren? Hoe dan ook, als een dier zich niet zo goed voelt, krijgen we het vaak gemakkelijker aan het eten met behulp van blikvoeding.  
     
  • Blikvoeding is duurder. Door het grotere volume en de complexere verpakking en bewaring van blikvoeding, is de productie, de verpakking en de stockage kostelijker. U zal voor een kwalitatieve blikvoeding dus een pak meer betalen... voor hoofdzakelijk water. 

    Kort samengevat adviseren wij de meeste eigenaars om hun hond of kat hoofdzakelijk brokken te voeren. De praktische voordelen en de kostprijs van brokvoeding geven hier de doorslag. Enkel voor sommige medische aandoeningen kan het interessanter zijn om over te schakelen op blikvoeding. Wenst u daarnaast uw huisdier af en toe te verwennen met de afwisseling van blikvoeding, kies dan vooral voor een kwalitatief merk op maat van uw dier en verminder die dag dan ook de hoeveelheid brokken in de kom van uw dier. 
     

4. “Als een puppy snel groeit, moet ik sneller overschakelen naar volwassen voer.”
Kwalitatieve voeding is altijd een enorm belangrijke factor in de gezondheid van uw hond of kat, maar nooit is het zo belangrijk als in het eerste jaar van hun leven. Een groeiend lichaam heeft hele specifieke noden, als het gaat om voedingsstoffen. De botten, gewrichten, spieren, tanden en organen, maar ook het immuunsysteem en de hersenen (!!!) moeten zich op een complexe manier vanuit die voedingsstoffen verder gaan ontwikkelen. Een overschot of een tekort aan bepaalde stoffen heeft dan ook een grote invloed op de toekomstige gezondheid en levenskwaliteit van uw dier.

Een puppy of kitten dat te veel eet en dus te veel calorieën binnenkrijgt, zal in tegenstelling tot een volwassen dier in eerste instantie niet dik worden. Het jonge dier zet deze extra energie vooral om in groei en zal dus vooral sneller gaan groeien. Deze snelle groei heeft tot resultaat dat er veel stress komt te staan op de gewrichten van dit dier, met een hoger risico op de ontwikkeling van aandoeningen zoals heup- of elleboogdysplasie. Wanneer u of wij dus opmerken dat uw dier sneller groeit dan gemiddeld, is het ten zeerste aan te raden om de hoeveelheid voer, met inbegrip van trainingssnoepjes, tussendoortjes en kauwbeentjes, nog eens grondig onder de loep te nemen en de calorie inname te gaan verminderen.  

Naast de hoeveelheid calorieën is de balans in fosfor en calcium een belangrijke factor in een kwalitatieve puppyvoeding. Vooral voor de ontwikkeling van hun botten en tanden hebben groeiende honden beide mineralen in de juiste hoeveelheid nodig. In het bijzonder grote en reuzenrassen ondervinden erge nadelen als deze balans niet goed zit. Het is dan ook bijzonder belangrijk om lang genoeg puppyvoeding te blijven geven. Hoelang u precies puppyvoeding moet geven, ziet u in onderstaande tabel:

 

 MiniatuurrassenKleine rassenMedium rassenGrote rassenReuzerassen
Volwassen
gewicht
Tot 4kgTot 10kgTot 25kgTot 45kgGroter dan 45kg
GroeiduurTot 8 maandenTot 10 maandenTot 12 maandenTot 15 maandenTot 18 à 24 maanden

 

5. “Mijn hond of kat mag hetzelfde eten als ik.”
De nutritionele behoeften van honden zijn enorm verschillend van die van ons. Een hond of kat zal over het algemeen dan ook niet gedijen op een dieet gelijkaardig aan het onze. Af en toe horen we wel eens verhalen over de Mechelaar van de bompa of de York Shire van de bomma die wel 18 jaar geworden zijn op de restjes aardappelen en vlees die dagelijks in hun kom werden geschoven. Maar een individueel geval hier en daar bewijst geen stelling en er is een groot verschil tussen oud worden en een lang gezond leven mogen leiden.  

De nutritionele behoeften van honden en katten zijn daarnaast ook erg complex. Het is bijzonder moeilijk voor een eigenaar om op een correcte manier zelf voeding te gaan samenstellen voor zijn of haar huisdier. Wie zelf met verse producten aan de slag wil gaan, zal zich intensief moeten inlezen en opleiden om een correct begrip te verkrijgen van de juiste verhoudingen in macro- en micronutriënten voor zijn of haar huisdier. Fouten hierin worden snel gemaakt en hebben soms grote gevolgen. Daarnaast is het ook best arbeidsintensief om meerdere keren per week te staan kokerellen voor uw huisdier. Er zijn zo veel kwalitatieve, voorbereide alternatieven op de markt dat deze grote inspanning ons volstrekt overbodig lijkt. 

Is het niet per sé uw bedoeling om voltijds voor uw huisdier te staan koken, maar eerder om hem of haar af en toe te verwennen met een extraatje uit uw koelkast of bord, dan is onze raad vooral: Bezint eer ge begint! Deze extraatjes zijn namelijk geen meerwaarde voor de gezondheid van uw huisdier en zullen eerder leiden tot ongewenst gedrag zoals hardnekkig bedelen en het weigeren van de eigen voeding. Bovendien is het bewezen dat het geven van zulk extraatjes een heel groot risico vormt tot overgewicht.  

Tenslotte willen we er graag nog op wijzen dat sommige producten, die voor ons misschien gezond of lekker zijn, in kleine of grote hoeveelheden giftig kunnen zijn voor onze honden en katten. Chocolade is zo een bekend voorbeeld, maar ook de ui en knoflook in uw restjes soep of spaghettisaus, druiven en rozijnen, koemelk, yoghurt en kaas zijn in meer of mindere mate schadelijk voor de gezondheid van uw huisdier.  
 

6. “Van castratie wordt mijn teef of reu mogelijk dikker.”
Deze stelling is correct. Bij castratie worden bij zowel de teef als bij de reu de endocriene geslachtsorganen verwijderd. Bij de teef zijn dit de eierstokken, bij de reu de testikels. Hierdoor stopt de productie van de geslachtshormonen bij deze dieren. Eén van de belangrijkste nadelen van het wegvallen van deze hormonen is dat, door een daling in het metabolisme, de energiebehoefte van het dier aanzienlijk daalt. Daarnaast ligt de vrijwillige voedselinname bij een gecastreerd dier ten opzichte van een niet gecastreerd dier gemiddeld hoger. Wanneer we deze twee gevolgen optellen, is het zeer logisch dat onze gecastreerde teven en reuen een groter risico op overgewicht lopen.

Logischerwijs wil dit zeggen dat, als u dezelfde voeding en hoeveelheden blijft geven na de castratie, de kans groot is dat het gewicht van uw dier zal toenemen. Dit hoeft echter geen reden te zijn om dit ongewenste fenomeen zijn gang maar te laten gaan. Door na de castratie te kiezen voor calorie-armere voeding, de hoeveelheid tussendoortjes, trainingssnoepjes en kauwbeentjes te beperken en uw dier voldoende te verwennen met extra beweging in de vorm van dagelijks spel en wandelingen, moet het steeds mogelijk zijn om uw dier op een gezond gewicht te houden. 

De beslissing om uw dier wel of niet te laten castreren is er eentje die steeds doordacht moet gebeuren. Als dierenarts kunnen wij hier zeker bij helpen en staan wij altijd klaar om de voor- en nadelen en de verschillende technieken met u te bespreken.   

 

Moest u nog vragen hebben, aarzel dan niet om ons te contacteren

Veel succes! 

Het Eversbos-team. 

013/77.28.45 


Terug naar info