Pasgeboren kittens



Pasgeboren kittens

​Wanneer u al een ervaren of beginnende fokker bent komen er toch vaak onverwachte problemen op uw pad.

Hier vindt u een overzicht over het verzorgen van pasgeboren kittens.

1. De eerste dagen
A. De rol van de moeder

Gedurende de eerste weken van hun leven worden kittens intensief verzorgd door hun moeder. Net zoals voor de geboorte, zijn ze ook nu nog volledig van haar afhankelijk.  

Wanneer een nest kittens geboren wordt, zal elk kitten met een navelstreng verbonden zijn aan zijn of haar individuele moederkoek. Soms breekt de navelstreng door tijdens het uitdrijven van het kitten. Soms bijt de moeder deze zelf door na de geboorte, waarbij het ook kan voorkomen dat ze de moederkoek zelf op eet. Het stukje navelstreng dat nog aan het buikje van het kitten blijft vasthangen, zal langzaam indrogen en na vier tot zeven dagen afvallen.  

Kittens moeten vrijwel onmiddellijk na de geboorte drinken. Uit die eerste moedermelk halen ze het vocht, de voedingstoffen en de antistoffen die ze nodig hebben om te overleven. De meeste katjes kunnen de tepels goed vinden, maar soms hebben ze wat hulp nodig. De fokker kan dan zelf de kittens aanleggen aan een geschikte tepel.

Pasgeboren kittens drinken elke twee à drie uur bij de moeder. Pas naarmate ze ouder worden, zal deze frequentie geleidelijk aan afnemen. Melk is voor pasgeboren kittens de enige bron van vocht en voedsel. Bovendien zullen de jonge katjes gedurende de eerste twee dagen van hun leven uit deze moedermelk antistoffen opnemen tegen verschillende infectieziekten. Dit beschermt hen tegen virussen en bacteriën, nu hun jonge lichaampje dit zelf nog niet kan. Na de eerste twee dagen, kunnen deze antistoffen niet meer doorheen de darmen van de katjes opgenomen worden. De antistoffen in de moedermelk blijven echter in de darm van de kittens nog wel een zekere bescherming bieden, zolang ze hiervan drinken.

Pasgeboren katjes kunnen zichzelf nog niet warm of schoon houden. Ook hier speelt de moeder dus een essentiële rol. Om te ontlasten en te plassen, hebben ze eveneens hulp nodig van de moeder. Zij stimuleert dit door de buik en het achterwerk van de kleintjes te likken nadat ze hebben gedronken.  

 

B. De rol van de fokker 

In het vorige stukje las je de belangrijkste taken van de moeder in de eerste dagen van de kittens: Voeden, wassen, stimuleren, de temperatuur reguleren en beschermen. Soms loopt het echter mis en lukt het de mama niet helemaal om te doen wat ze zou moeten doen. Dan moet de fokker een handje helpen.  

Pasgeboren kittens die gezond en tevreden zijn, doen maar twee dingen: slapen en drinken. Als ze piepend rondkruipen, duidt dit meestal op een probleem. Dit kan een signaal zijn dat ze honger hebben, het te warm of te koud hebben of pijn hebben.

Als de kittens door de moeder niet voldoende warm gehouden kunnen worden, biedt een warmtelamp, zoals bijvoorbeeld een infraroodlamp, uitkomst. De eerste vier à vijf dagen is een temperatuur van rond de 26 tot 28 graden het beste, geleidelijk dalend tot 26 graden in de tweede week, 23 à 26 graden in de derde week en 23 graden in de vierde week. Door de lamp hoger of lager te hangen, pas je de temperatuur zelf aan. Leg regelmatig een omgevingsthermometer in de nestbak, om de temperatuur te controleren. Let er ook op dat je de lamp niet zo laag hangt, dat de katjes zich kunnen verbranden.

Een moederkat, zeker eentje die nog weinig ervaring heeft, kan soms de kittens onvoldoende laten drinken. Hou dit als fokker goed in de gaten en leg desnoods zelf de katjes elke 2 uur aan de tepels. Stel ondertussen de moeder gerust. Typisch zal deze poes de kittens ook weinig stimuleren om te plassen en te ontlasten. Dit zal zich vertalen in gezwollen, pijnlijke buikjes en minder eetlust. Met een vochtig warm washandje kan de fokker de buikjes en de poepjes van de kittens masseren, waardoor hun darmpjes en blaas gestimuleerd worden.  

Laat de moederpoes haar kleintjes wel voldoende zogen, maar lijken ze nog steeds honger te hebben. Dan kan het zijn dat de moeder onvoldoende melk produceert of dat een kitten onvoldoende zuigreflex heeft. Door het kitten vlak voor het zogen te wegen en vlak erna, kan de fokker inschatten of het katje ook daadwerkelijk melk heeft opgenomen. Is er iets mis? Neem dan zeker contact op met de dierenarts. Soms kan het nodig zijn om de kittens bij te voeren. Doe dit echter niet lichtzinnig en steeds in overleg met je dierenarts.

Het belangrijkste symptoom dat er iets mis is, is dat het kitten niet groeit of zelfs gewicht verliest. Let ook op de poes: een kittens dat verzwakt, krijgt minder aandacht van de moeder of wordt zelfs door haar uit het nest verstoten.  

Geef dus als fokker voldoende aandacht aan de omgevingstemperatuur, de moedermelk(klieren), de activiteit en het gewicht van de kittens. 

 

2. Oogjes

Tot een leeftijd van tien tot veertien dagen oud kunnen kittens nog niet horen of zien.

In deze periode kunnen ze wel goed ruiken en contact met mensen is nu al belangrijk om ze aan mensen te laten wennen. Pak ze echter niet te vaak op, rust is erg belangrijk in deze fase. Bezoek is op dit moment zeker nog niet aangeraden.

Als na de leeftijd van veertien dagen de oogjes nog niet open zijn, de oogleden opzwellen of er komt viezigheid uit de ogen, neem dan contact op met uw dierenarts. 

 

3. Gewicht kittens

In het algemeen moeten kittens elke dag gewicht aankomen. De ene dag zal dit wat meer zijn dan de andere. Hun gewichtsschommelingen zijn een belangrijke parameter om hun gezondheid in te schatten. Het is daarom verstandig de kittens meteen na de geboorte te wegen en na twaalf uur nogmaals. Daarna kan u de katjes elke dag op hetzelfde tijdstip wegen. Na vier weken kan u ze wekelijks gaan wegen. Noteer alle gewichten, zodat u de groei goed in de gaten kan houden.

Gemiddeld groeit een kitten 100 gram per week. Een kitten moet zijn geboortegewicht verdubbelen in acht à tien dagen. Kittens die extra goed in de gaten gehouden moeten worden, zijn degenen met een laag geboortegewicht of kittens die afvallen of weinig aankomen na de geboorte. 

 

4. Hoe voer je kittens bij? 

Kittens bijvoederen is een intensieve bezigheid en gaat ook ‘s nachts door. Kittens moeten in de eerst week acht keer per dag drinken. Dat is om de drie uur. Pas als ze drie weken oud zijn, vermindert dit in frequentie.  

Echte moedermelk heeft naast het ‘gebruiksgemak’ ook nog het voordeel dat het kittens beschermt tegen infectieziekten. Zeker de moedermelk van de eerste twee dagen is wat dit betreft echt van levensbelang. Ook daarna beschermt de moedermelk de katjes nog in beperkte mate, zolang ze blijven zogen. Kittens die met de hand worden grootgebracht, groeien vaak minder snel dan kittens die bij de moeder blijven.

Echter, hoe belangrijk echte moedermelk ook mag zijn, soms is bijvoederen met kunstmelk essentieel. Produceert de moederpoes onvoldoende kwalitatieve melk, laat ze de kittens echt niet drinken of zijn er kittens die niet in staat zijn om van de tepels te drinken, dan kan het zeker zijn dat de fokker, na overleg met de dierenarts, zelf flessenmelk moet geven.  

Indien bijvoeding noodzakelijk is, volgt u best de aanwijzingen die u op de verpakking vindt. Een voorbeeld van een werkwijze is de volgende: los één deel poedermelk op in twee delen voorgekookt lauwwarm water. Roer of schud daarna goed, tot alle klontjes opgelost zijn. De gemaakte melk moet snel verbruikt worden. U kunt dan ook het beste voor iedere voeding nieuwe melk aanmaken.

Om de melk toe te dienen, kunt u gebruik maken van een flesje of een sonde. Wanneer gebruik wordt gemaakt van een flesje, moet er goed op worden toegezien dat het kitten zich zeker niet verslikt. Wanneer een kitten echt voltijds moet worden bijgevoederd of wanneer een kitten in slechte conditie is, is eerder het gebruik van een sonde aanbevolen. Een sonde is een zacht rubberen slangetje waardoor de melk rechtstreeks in de maag gebracht kan worden. Hiermee voorkomt u dat het katje zich zal verslikken. Om te kijken hoever u de sonde in kunt brengen, legt u het kitten op zijn zij en legt u de sonde over het kitten heen tot aan de zesde rib. Zet nu aan het begin van de sonde (bij de bek) een streepje met een stift. Om de sonde in te brengen, duwt u met uw vinger het bekje open en schuift u de sonde over de tong heen. Als het kitten slikt, duwt u de sonde langzaam door tot aan het streepje. Zet nu de spuit met melk op de sonde en druk deze langzaam leeg. Vergeet niet om na elke voederbeurt, het buikje en het gebied rond de anus te masseren om het urineren en ontlasten te stimuleren.

Eenmaal een kitten 3 à 4 weken oud is, kan hij de melk langzaam beginnen afwisselen met vast voedsel. Maak hiervoor een papje van kittenvoer met kunstmelk.  

Voor verdere tips en begeleiding kunt u altijd bij uw dierenarts terecht. 

 

5. Ontwormingsschema

Het ontwormingsschema voor kittens begint op drie weken leeftijd en is vrij intensief. Een kitten wordt ontwormd op de leeftijd van 3, 5 en 7 weken. Ontworm het moederdier steeds tegelijk met haar jongen. Vervolgens moet het kitten elke maand worden ontwormd tot ze 6 maanden oud is. Vanaf dan wordt een kat die buiten mag gaan best levenslang elke 3 maand ontwormd. Een kat die binnen blijft en geen prooien kan vangen, kan eventueel jaarlijks worden ontwormd. 

 

6. Vaccinatieschema

De kitten-vaccinaties worden normaal opgestart door de fokker rond de leeftijd van 9 weken.  Bent u een erkende fokker, dan bent u verplicht om uw kittens voor de verkoop te laten vaccineren tegen kattenziekte, niesziekte en feline leucose.  

Na dit primo-vaccin we elke 3 tot 4 weken tot de kat minstens 16 weken is.  Vervolgens raden we een boostervaccinatie aan tussen de leeftijd van 6 maanden en een jaar. Nadien komt uw kat jaarlijks voor een gezondheidsonderzoek en de nodige vaccins. 
 

Wat: 

  • Standaard: kattenziekte en niesziekte. 
  • Optioneel: Feline Leucose Virus. Katten die vrij buiten mogen lopen en dus in contact kunnen komen met wilde katten, worden best ook gevaccineerd tegen dit virus. Wanneer u uw kat in een kattenhotel wil laten verblijven, is dit vaccin verplicht. 
  • Optioneel: hondsdolheid. Deze vaccinatie is verplicht wanneer u met uw kat naar het buitenland gaat. 

 

7. Chippen en steriliseren/castreren

De wetgeving verplicht elke katteneigenaar zonder fokkersstatuut om ervoor te zorgen dat zijn of haar katten gechipt en gesteriliseerd/gecastreerd zijn voor de leeftijd van 5 maanden, of voordat het kitten van eigenaar veranderd. In principe kan een kitten gesteriliseerd/gecastreerd worden van zodra het 1 kg zwaar is. Meestal is dat rond de leeftijd van 10 à 11 weken. 

Kittens worden best bij de moeder gehouden, tot ze 12 weken oud zijn. Dit is belangrijk voor hun socialisatie, zodat ze mentaal sterk staan voor de rest van hun leven. 

 

Moest u nog vragen hebben, aarzel dan niet om ons te contacteren. 

Veel succes! 

Het Eversbos team 


Terug naar info